De transitiekaart geeft inzicht in braakligging en leegstand, veroorzaakt door stedelijke transformaties. Deze leegstand levert vaak negatieve aspecten en emoties op bij inwoners en bezoekers van de stad. Tegelijkertijd is er een grote vraag naar ruimte voor culturele programmering, experiment, initiatieven uit de buurt en tijdelijke ondernemingen. Arnhem bijvoorbeeld heeft een groot tekort aan culturele podia en experimenteerzones, zowel in de binnenstad als in de wijken. Het Departement Tijdelijke Ordening (DTO) heeft deze aspecten met elkaar verbonden. Het aanbod aan beschikbare lege ruimtes en gebouwen is in kaart gebracht in een multimediale vorm die niet alleen een tweedimensionale kaart is, maar ook inzicht geeft in eigendom, betrokken partijen, belangen en duur van de leegstand. Op basis van deze gegevens kunnen plannen worden gemaakt voor het gebruik van de transitiefase.


Het programmeren van de transitiefase is tot nu toe een bezigheid in de marge. DTO wil de transitiefase opwaarderen tot een serieuze tak van sport die bewust wordt toegepast door corporaties, ontwikkelaars, ontwerpers en overheden. Wij zien de overgangsfase niet als tijdelijk of hinderlijk maar als een permanent stedelijk zijn, als een waardevolle culturele manifestatie; die van de verandering, het (her)ontdekken, het maken en het worden. De transitiefase is als het ware een planologische tussenruimte waar verschil zichtbaar wordt, waar beweging is en die ruimte biedt voor onderzoek naar wat het gebied kan worden. Culturele initiatieven, architecten, kunstenaars, ontwerpers en andere creatieve ondernemers gebruiken en programmeren deze overgangsfase en zijn zo bij uitstek in staat om bijzondere kwaliteiten van de plek te ontdekken en zichtbaar te maken. DTO formuleert daarmee een antwoord op het failliet van de blauwdrukmethode met het vastgelegde eindbeeld. Het aspect tijd wordt binnen deze conventionele methode onvoldoende meegenomen. De periode van visievorming, ontwerp, sloop, procedures en uitvoering (de transitiefase) wordt in de regel als een noodzakelijk kwaad gezien en derhalve niet manifest gemaakt in het ontwerpproces. DTO stelt een meer stapsgewijze ontwikkeling voor waarbij de transitiefase wordt benut om het plan te verbeteren, organisch tot stand te laten komen en meer partijen en personen bij de ontwikkeling te betrekken. De transitiefase biedt daarnaast tal van mogelijkheden om onderzoek te doen naar de identiteit van een gebied, het collectieve geheugen tot leven te laten komen en te experimenteren met mogelijke plancomponenten. De Transitiekaart is een methodiek en een tool waarbij al vanaf de start van het proces de transitiefase een wezenlijk onderdeel vormt van gebiedsontwikkeling. De Transitiekaart koppelt de transitiefase op strategisch niveau aan het gemeentelijk beleid op het gebied van stadsontwikkeling (structuurvisie) en cultuur (cultureel masterplan) en is daarmee discipline overstijgend en legt het de relaties bloot tussen stedelijke ontwikkeling, culturele programmering, lokale economie, vastgoedontwikkeling en betrokkenheid bij stedelijke veranderingen.

